Een foto van Klaas Bonnema, genomen op 13 maart 1943

"Klaas Bonnema, de neef van mijn moeder Janke Bonnema, was schoolmeester in Wirdum en moest onderduiken. Hij zat ondergedoken op zolder van zijn eigen school maar door de kou daar kreeg hij longontsteking, hij is daaraan overleden op 11 april 1945, op 28-jarige leeftijd.

Door houtgebrek om een kist te maken voor hem hebben ze planken gebruikt van de zolder van diezelfde school.”

Behalve het noodlottige voorval met Klaas Bonnema kent Henk Tacoma nog meer onderduikverhalen uit zijn familie. Op de molen van zijn pake en beppe in Lollum was het een komen en gaan van onderduikers.

"Mijn pake Marten Bonnema en beppe Baukje de Jager woonden op de molen ‘Meerswal’ bij Lollum. Deze locatie was prima voor onderduikers vanwege de ligging midden in het veld. Op een foto in de Leeuwarder Courant (18-4-17) zag ik Berend Stelpstra staan met andere onderduikers te Ried. Deze Berend zat ook 7 maanden ondergedoken bij mijn Pake en Beppe op de molen samen met Piet Goodijk. Zo goed als ik weet sliep Berend

De overlijdensbrief van Klaas Bonnema

in de molen en Piet in het bûthûs van een woning verderop aan de Lollumervaart bij de familie Durk Bakker. Ook Berend kwam daar af en toe slapen.

De mannen konden hun geheime slaapplaats bereiken door in het bûthûs drie planken te verwijderen. Ze hadden daar een bed van hooi. Overdag waren beiden op de molen en als Piet op de avond naar de familie Bakker ging dan klopte hij 3 keer op de deur om te laten weten dat hij het was. Bij de foto in de krant staat de datum 19 augustus 1943. Volgens mij zijn Berend en Piet daarna op de molen gekomen als onderduiker.

Johannes de Jager, Een neef van mijn moeder, zat ook ondergedoken maar ik weet niet waar. Zijn vrouw Antje Postma en hun kinderen moesten ook onderduiken en zaten ook een periode op de molen. Marten en Baukje hadden zelf toen vier dochters, en het molenhuisje was piepklein, af en toe sliepen mensen in de molen maar de meesten kregen onderdak in het huisje zelf. Op het allerlaatst van de oorlog kwam er ook nog een hongerevacuee uit Amsterdam te wonen.”